Kleurenblindheid

Heb je een kind in de klas of thuis dat ‘nog steeds de kleuren niet kent?’
Hij of zij is tenslotte al 6 jaar en zit in groep 3, maar… de kleuren kent hij nog steeds niet! Hoeveel kinderen of volwassenen ken jij die kleurenblind zijn?


Spelenderwijs hebben wij met de ontwikkeling van ons eerste boek geprobeerd rekening te houden met de mensen die kleurenblind zijn. Kleurenblinden kunnen soms één of alle kleuren niet zien, hoewel de laatste categorie zelden voorkomt. Gemiddeld is 1 op de 20 mensen kleurenblind. Een ander woord voor kleurenblindheid is daltonisme. Het komt vaker bij jongens voor dan bij meisjes. Er is een grote kans dat je iemand kent die kleurenblind is, zonder dat je dat weet. Ben je leerkracht? De kans bestaat dat er een kind in je klas kleurenblind is, maar dat dat niet bekend is bij jou en/of de ouders. ‘Maar 'die jongen of dat meisje uit je klas' kent nog steeds de kleuren niet. Hij heeft een achterstand en moet misschien maar een jaartje overdoen.’ Er is dus een mogelijkheid dat deze leerling kleurenblind is. Doe eens een kleurentest!

 

Een gemiddelde van 1 op de 20 is een aantal dat we niet zomaar kunnen verwaarlozen. Ook bestaat de kans dat deze kinderen zich niet begrepen voelen. Jonge kinderen kunnen immers maar moeilijk uitleggen waarom ze nog steeds niet weten welke kleur die auto heeft. Wij van Ikra Uitgeverij vonden dus dat we hier in Het kleurenpalet van de juf aandacht aan moeten besteden. In het onderdeel 'patronen' kun je lezen op welke wijze wij hiermee om zijn omgegaan.

 

 

Patronen

De praktijk wijst uit dat kleurenblinden zich vaak richten op patronen of vormen. Om ook deze mensen niet te vergeten, hebben we daar in het boek in sommige opzichten rekening mee gehouden. Op de tubes in het boek staan patronen.
Die komen terug in de verf die er uit komt. Ook in sommige afbeeldingen in het boek zijn deze patronen verwerkt.
Die patronen zijn ook prettig voor kinderen die ‘anders leren’. Die vinden de patronen misschien prettiger dan de kleuren.

 

Leuke bijkomstigheid: deze patronen zijn afgeleid van de patronen die in verschillende lesmethodes vaak worden gebruikt bij voorbereidend schrijven. Daarmee kun je dus ook aan de slag gaan (met de gehele klas).

 

Wat kun je doen? Je kan een kind bijvoorbeeld verf laten gebruiken, viltstift, potlood of krijt. Kopieer een blad met schrijfpatronen en laat de kinderen deze overtrekken, natekenen, enz. Een kind kan ook de kleur gebruiken die overeenkomt met de kleur van een patroon uit Het kleurenpalet van de juf.
Op deze manier wennen de kinderen eraan en kunnen ze dus de patronen automatiseren.

 

Aanpak met patronen

Heeft een kind moeite met het benoemen van kleuren? Hieronder vind je wat adviezen:

  • Geef tubes, potloden, krijtjes en dergelijke een sticker waarop een patroon staat dat bij een kleur hoort. Gebruik de patronen uit Het kleurenpalet van de juf als leidraad.
  • Laat de patronen op verschillende plekken in de omgeving van het kind terugkomen.
  • Ga consequent met die patronen om zodat het kind niet in de war raakt.
  • Maak hiervan een doorlopende lijn voor de hele school (en thuis).
    Het kind kan mogelijk het patroon van/voor groen altijd als het patroon voor groen herkennen. Dat wordt dus niet opeens blauw… Als dat gebeurt, zorgt dat voor veel verwarring. Jij herkent dit wel als blauw, maar een kleurenblinde heeft geen idee wat blauw eigenlijk is. Moeilijk voor te stellen als je blauw ‘gewoon’ kunt zien…Daarom is het belangrijk consequent met de patronen om te gaan.